Voor altijd bovenop je

Hij houdt een roze boeketje in cellofaan stijfjes vast, een beetje van zich af. De formeel geklede man lijkt volkomen misplaatst tussen de bloeiende struiken en de fluitende vogels. ‘Mevrouw, weet u misschien waar nummer 262 is?’ Nee, ik weet het niet en je kunt nummer 262 ook niet even bellen om te vragen: ‘Hee, waar lig je nou? Ik kom je een bosje bloemen bezorgen.’ Continue reading

Smurfvinger

De deur zit op slot. Samen met een 83-jarige demente vrouw bevind ik me op het toilet. Nog voordat ze kan gaan zitten, drupt de urine al naar beneden. Met een zucht van verlichting ploft ze neer op de natte bril. Ik spiek even in haar onderbroek en vis daar een zware, natte inlegger uit. Mijn wc-genote is klaar met plassen en hijst zich weer overeind. Ik trek een smurfblauwe plastic handschoen aan en poets met een wegwerpwashandje haar anus, plasgaatje en bovenbenen weer schoon. Met mijn smurfvinger smeer ik zalf op haar anus.

Terwijl mevrouw haar broek weer omhoog sjort, kijk ik in de spiegel. Nooit gedacht dat ik nog eens billenwasser zou worden. Continue reading

Roze kalashnikovs

In een innige pose liggen ze samen op de deurmat, de grauwe krant en de roze reclamefolder. Ik heb de neiging om de zoete folder af te wijzen en me gretig te storten op alle spannende gebeurtenissen in mijn lijfblad. Toch beloven het keiharde nieuws en de hartjesfolder allebei hetzelfde: romantiek.

De folder probeert me te verleiden tot het opblazen van duizend-en-één hartjesballonnen en slapen op hartjeskussentjes. Rozengeur-en-schone-schijn-romantiek. Ook dit jaar ga ik mijn lief niet met een roze confettikanon mijn innige toewijding bewijzen, want daar hoef ik bepaald niet zijn eeuwige dankbaarheid voor te verwachten. We hebben zelfs afgesproken dat we op 14 februari helemaal níets van elkaar hoeven te verwachten. Wij gaan voor spontane romantiek, voor écht en waarachtig, diep uit je hart op het moment dat je ‘het’ voelt. Want als je specifieke verwachtingen koestert, kom je altijd bedrogen uit.

Maar toch, al zegt men: de krant brengt de leugen in het land, op het gebied van romantiek stelt ze nooit teleur. Continue reading

Speed en sigaren

Mijn opa had een speedneus; een weke frommelneus waarvan het linker neusgat duidelijk groter was dan het rechter. Van het speedsnuiven, aldus mijn pubervrienden toentertijd. Ik zag het voor me: mijn opa ergens op een achterafwc in de machinefabriek waar hij werkte, terwijl hij zijn ene neusgat dichtduwt en het andere volsnuift met drugs. Ruiger, heldhaftiger, glorieuzer leek mijn opa ineens.

Misschien heb ik wel een opa met een geheim verleden. Continue reading

Niet voor de aardigheid

‘Dat wat je uitzonderlijk maakt, als je dat al bent, is ook dat wat je eenzaam maakt.’ Een citaat van Lorraine Hansberry, Amerikaans (toneel)schrijfster. Om erbij te mogen horen, moet je je aanpassen aan ‘de rest.’ Om geaccepteerd te worden, moet je geloven in netjes een hand geven, op verjaardagsvisite gaan en gezellige kerstdagen met familie. Als ik niet netjes doe alsof, ben ik bang dat iedereen me arrogant en asociaal vindt. Dus stel ik belangstellende vragen aan mensen waar ik niet in geinteresseerd ben en beijver ik me om van alle nobele daden de nobelste te doen. Vandaar dat Arnon Grunberg me zo irriteert. Continue reading

De integratieladder

‘Ik discrimineer niet, maar ik mag ze niet, de Bulgaren. Ik ga ook weg hier uit de buurt; hier wonen allemaal mensen die de taal niet spreken en geen werk hebben. Dan vervelen ze zich en gaan ze allemaal ruzie zoeken. Kom Irem – tegen haar dochtertje – ik moet werken, we gaan.’ Ik kijk haar na – lange jas, platte schoenen, gebloemde hoofddoek en verbaas me. Integratie neemt soms een verrassende vorm aan. Continue reading

De lekkerste smerige luchtjes

Met een rotte eierwalm om me heen kom ik bij de kapper vandaan. Mijn haar is weliswaar gewassen na het permanenten, maar de vloeistof is ook in mijn nek, hals en oorschelpen gedropen. Daar stinkt en jeukt het nu lustig verder. Ik was van plan nog even de stad in te gaan, maar houd het na één winkel voor gezien; ik heb het gevoel dat iedereen me ruikt.

Op de fiets naar huis filosofeer ik over luchtjes: waarom vinden we een geur eigenlijk vies of juist lekker? En kan een odeurtje ook lékker smerig zijn? Continue reading

Zijn laatste woorden

Ik ga nu zondigen tegen elke regel van een goed slecht-nieuws-gesprek. Ik weet het. Maar ik moet je echt eerst vertellen hoe het kwám.

Er was eigenlijk geen vuiltje aan de lucht. Het was alleen een beetje koud, met een waterig zonnetje en een kalm briesje. Er waren wat strubbelingen geweest, maar dat leek allemaal achter de rug nu ze op de terugreis waren.

Ik weet dat je erg aan hem gehecht bent. Eh… was, bedoel ik. Dat hij een warme glans aan je jeugd heeft gegeven. Continue reading

Verwachtingsvolle lege bakjes

Vriendschap moet in balans zijn. Daar liep ik meteen bij mijn eerste echte hartsvriendin tegenaan. Iedere zaterdag fietsten we naar elkaar toe om samen pergamanokaarten te maken en zelfgemaakte chips te bakken. Toen ik ook andere vrienden kreeg, voelde Sandra zich in de steek gelaten. Ze uitte haar ongenoegen door mij een gedicht over ware kameraden te sturen, dat eindigde met de woorden: … dan pas kun je zeggen: ik heb een vriend. De boodschap was duidelijk: ik voldeed niet aan de beschrijving. Continue reading

Kinnestje

Dear Charles Darwin,

Vanuit het oogpunt van evolutie is een baard een kostbaar bezit. Er is altijd wel wat voedsel in te vinden en in tijden van hongersnood kun je er een aardige mondvoorraad in opslaan. Bovendien leven in een flinke kinstruik – volgens onbetrouwbare bron – al gauw 20.000 bacteriën en andere primitieve levensvormen. Dat is fabuleus voor de weerstand van de bosjesman, die ook nog eens met zijn neus bovenop het evolutionair proces zit. Geen wonder dat steeds meer mannen het scheerapparaat afzweren.

Zo ook mijn goede vriend Jeroen Continue reading