De integratieladder

‘Ik discrimineer niet, maar ik mag ze niet, de Bulgaren. Ik ga ook weg hier uit de buurt; hier wonen allemaal mensen die de taal niet spreken en geen werk hebben. Dan vervelen ze zich en gaan ze allemaal ruzie zoeken. Kom Irem – tegen haar dochtertje – ik moet werken, we gaan.’ Ik kijk haar na – lange jas, platte schoenen, gebloemde hoofddoek en verbaas me. Integratie neemt soms een verrassende vorm aan.

Ze noemt een paar feiten die niet ver naast de waarheid zitten. Ik ken veel Bulgaren van gezicht, waarvan er welgeteld één een aardig mondje Nederlands spreekt. En mijn Bulgaars is minder dan niks, dus de communicatie blijft wat armoedig.

Dat ze geen werk hebben, kun je ook anders zien. De ‘bulgarenbusjes’ zijn inmiddels een bekend fenomeen in de buurt. Ze sturen een verschrompeld omaatje vooruit met een boodschappentas op wieltjes, die vuilniszakken uit containers trekt en er bepaalde zaken uitzoekt. Joost mag weten wat. Als ik zelf eens een zak van mijn buren opruim die door meeuwen opengescheurd is, zitten er voornamelijk volgezogen pampers en afgekloven kippenbotjes in. Ik heb me laten vertellen dat er hele gezinnen van deze business leven. Voor zoveel creatieve overlevingskunst kan ik alleen maar bewondering hebben.

Maar los van gelijk of ongelijk, verbaas ik me over de boude uitspraken van mijn buurvrouw. Zelf zal ze van de tweede of de derde generatie zijn, een dochter of kleindochter van een Turkse gastarbeider. Inmiddels al aardig gezeteld in de Nederlandse samenleving en dat is gerieflijk neerkijken op de verse nieuwkomers, die genoegen moeten nemen met een plekje op de grond. Tussen de vuilcontainers. Ik vermoed dat het draait om de vraag: wie mag erbij horen? En natuurlijk helpt het als je anderen ziet die er minder bij horen dan jij. Die eerst maar eens proberen te overleven. Dan stijg je zelf dus weer een treetje op de integratieladder.

Waar zou ik zelf ergens bungelen? Ik heb als kind op klompen buiten gespeeld, weet van de d’tjes en de t’tjes én ik ken het antwoord op de vragen van de inburgeringstoets, zoals deze: ‘Schrijf je met een pen of met een berg?’ Antwoord: Ik schrijf een berg onzin met een pen. Als je zo’n antwoord weet te geven, mag je erbij horen, dat weet ik zeker. Of krijg je strafpunten als je ook wel eens een leuke oude stoel bij het vuil vandaan haalt? Ja? En als je jarenlang geen officiële baan hebt gehad? Mooi, dan ben ik goed geïntegreerd in deze buurt.