Roze kalashnikovs

In een innige pose liggen ze samen op de deurmat, de grauwe krant en de roze reclamefolder. Ik heb de neiging om de zoete folder af te wijzen en me gretig te storten op alle spannende gebeurtenissen in mijn lijfblad. Toch beloven het keiharde nieuws en de hartjesfolder allebei hetzelfde: romantiek.

De folder probeert me te verleiden tot het opblazen van duizend-en-één hartjesballonnen en slapen op hartjeskussentjes. Rozengeur-en-schone-schijn-romantiek. Ook dit jaar ga ik mijn lief niet met een roze confettikanon mijn innige toewijding bewijzen, want daar hoef ik bepaald niet zijn eeuwige dankbaarheid voor te verwachten. We hebben zelfs afgesproken dat we op 14 februari helemaal níets van elkaar hoeven te verwachten. Wij gaan voor spontane romantiek, voor écht en waarachtig, diep uit je hart op het moment dat je ‘het’ voelt. Want als je specifieke verwachtingen koestert, kom je altijd bedrogen uit.

Maar toch, al zegt men: de krant brengt de leugen in het land, op het gebied van romantiek stelt ze nooit teleur. De krant, dat is zwijmelen bij bloedstollende achtervolgingen op zwaarbewapende terroristen en me vergapen aan alle sentiment rond doden, gewonden en overlevenden. De dood-en-graf-romantiek die je bijvoorbeeld ook vindt in Het lijden van de jonge Werther, de Duitse bestseller die in de 18e eeuw voor een golf aan zelfmoorden zorgde onder jongemannen met liefdesverdriet. Het monster van Frankenstein gebruikte het als studieboek.

Onder deze dramatische romantiek vallen ook de jihadbruiden. Die hebben de valentijnsuitgave van de jihadfolder in de brievenbus gehad, een glossy met roze kalashnikovs en hippe bomgordels. Of hebben goed opgelet in de Nederlandse les en de dichtregels van Nêêrlands bekendste romantische dichter, Piet Paaltjens, te serieus genomen en een beetje opgefrist:

Wat kon zaalger voor mij zijn,

dan, samen met mijn bruidegom,

uiteengereten te worden door één bom?

Intussen overleeft mijn eigen relatie het alweer meer dan twaalf jaar met indirecte romantiek. Dat komt neer op een belediging waar je zelf het compliment uit moet filteren. Deze week beleefde ik daar weer een sterk staaltje van. Ik had een serie foto’s van mezelf gemaakt voor een profielfoto. En wie kun je nu beter de allerallermooiste foto laten kiezen dan je eigen liefhebbende echtgenoot? Hij scrolde vingervlug door alle foto’s heen: ‘Hier zie je er moe uit, hier oud, hier heb je een onderkin, oud, oud, moe, nee, nee… heb je geen betere?’ Nee dus, zo zie ik er gewoon uit. Waarom ben ik eigenlijk nog steeds met deze man getrouwd?

Misschien omdat hij me geen leugens voorschotelt. Hij kan het gewoon niet, ook niet als ik ze graag wil horen. En eigenlijk is dat het meest romantische dat er bestaat: dat je man je niet de allermooiste, allerliefste en allerslankste vindt, maar dat daar blijkbaar zoveel tegenover staat, dat dat ruimschoots compenseert. Toch blijf ik verlangen naar de romantische leugen.

Want al is romantiek een imitatie van geluk, dat wil niet zeggen dat het nep is. Of blijft. Soms heeft je gevoel een duwtje nodig in de goede richting. Je passie ligt in het opberghok te verstoffen en het kan lang duren voordat die weer uit zichzelf tevoorschijn springt. Je bedenkt toch een cadeautje voor je lief. Je geeft het, verzint er wat passie bij en voor je het weet begint er ook écht weer iets te kriebelen. Ik ben benieuwd wat hij zegt als hij straks wakker wordt in de roze, wollen string die ik voor hem heb gehaakt.

Want wat kon zaalger voor mij zijn,

dan, onder helsch gekietel en gejeuk,

met u te liggen in een deuk?