Smurfvinger

De deur zit op slot. Samen met een 83-jarige demente vrouw bevind ik me op het toilet. Nog voordat ze kan gaan zitten, drupt de urine al naar beneden. Met een zucht van verlichting ploft ze neer op de natte bril. Ik spiek even in haar onderbroek en vis daar een zware, natte inlegger uit. Mijn wc-genote is klaar met plassen en hijst zich weer overeind. Ik trek een smurfblauwe plastic handschoen aan en poets met een wegwerpwashandje haar anus, plasgaatje en bovenbenen weer schoon. Met mijn smurfvinger smeer ik zalf op haar anus.

Terwijl mevrouw haar broek weer omhoog sjort, kijk ik in de spiegel. Nooit gedacht dat ik nog eens billenwasser zou worden. Nooit gedacht dat ik dat niet erg zou vinden. Want nu weet ik: het gaat niet om het pispoetsen en de bruine vegen. Wat ik feitelijk doe, is deze oude dame zometeen waardig aan tafel laten plaatsnemen voor het diner. Fris en reukvrij, genietend van een flirt met mijn mannelijke collega. En zo wordt mijn nederige werk ineens een belangrijke bijdrage aan de maatschappij. De rest van de wereld heeft dat alleen nog niet door.

Want werk met alles wat vies, oud en afgedankt is, wordt laag gewaardeerd. We waarderen werk dat de economie vooruit helpt, wat je met gemanicuurde handen kunt doen en waarvoor je ingenieus en mondain moet zijn. Mensen die we opsluiten in een GGZ-instelling, denken soms dat ze Jezus, Napoleon of de koningin zijn. Nooit dat ze vuilnisman, schoonmaker of bejaardenverzorgster zijn. In hun waanzin is dat hetgene wat hen identiteit en bestaansrecht geeft: ze hebben een belangrijke taak te vervullen. De rest van de wereld weet dat alleen nog niet.

Niet alleen in gestichten, ook daarbuiten houden we onszelf voor de gek. Omdat we anders gek worden van onze eigen onbenulligheid. Wie wil er nog toiletjuffrouw zijn? Niemand. Maar met het visitekaartje Assistent Facilitaire Zaken kun je op verjaardagen wél terecht. Mits je er een beetje goed lulverhaal omheen kunt bouwen. Zelf ben ik geen bejaardenverzorgster, maar Persoonlijke Waardigheids Assistente. De woorden ‘billen’ en ‘anus’ komen in het bijbehorende verhaal uiteraard niet voor.

We bekijken onszelf in een roze spiegel, maar het werkt. We beelden ons in dat ons werk zinvol en belangrijk is, we overtuigen onszelf met zelfverzonnen of ons aangereikte argumenten. Maar we zijn pas écht geslaagd als we een behoorlijk aantal andere mensen van ons bestaansrecht hebben weten te overtuigen. Dat kan door rijk te worden, of, het summum van bewijs: beroemdheid. Ik heb een lemma op Wikipedia, dus ik besta.

Tot het afgelopen is met je roem. Je wikipagina bestaat nog, maar jij bent vergeten. Je bent jezelf vergeten. Want wie ben je eigenlijk nog als de spotlights doven? Als je visitekaartjes op zijn? Als je een oude dame bent geworden die haar pis niet meer kan ophouden? Dan rest nog slechts de waanzin. Ik ben de Grote Smurf.