Voor altijd bovenop je

Hij houdt een roze boeketje in cellofaan stijfjes vast, een beetje van zich af. De formeel geklede man lijkt volkomen misplaatst tussen de bloeiende struiken en de fluitende vogels. ‘Mevrouw, weet u misschien waar nummer 262 is?’ Nee, ik weet het niet en je kunt nummer 262 ook niet even bellen om te vragen: ‘Hee, waar lig je nou? Ik kom je een bosje bloemen bezorgen.’

Iedereen ligt hier namelijk te rusten. Tenminste, dat staat bijna op iedere naamsteen: ‘Hier rust…’ en dan de naam van de ruster. Alsof het leven voor iedereen zwaar vermoeiend is geweest. En dan ook nog een kruis erbij gegraveerd, dat martelwerktuig. ‘Eindelijk je rust gevonden’, meldt de steen van Maria. En die van Jakob: ‘Hij heeft zijn strijd gestreden’. En de kinderen van Geertruida hebben op haar zerk gezet: ‘Mama eindelijk rust’.

Al deze mensen zijn blijkbaar uitputtend lastig gevallen door de beslommeringen des levens, hebben zich kapot gewerkt en liggen hier eindelijk hun slaaptekort in te halen. Ze hebben hier een plekje gekregen, keurig genummerd, netjes op een rij, als een camping met vaste standplaatsen. Je zou bijna denken dat de dood beter is dan het leven.

Hier hoef je niet meer bang te zijn dat je man vreemd gaat met de buurvrouw; hij ligt voor altijd naast of bovenop je. Hier hoeft er geen rechter meer aan te pas te komen omdat de buurman z’n schutting tien centimeter in jouw tuin heeft gezet. Hier geen last meer van racisme, terrorisme of godsdienstoorlogen; je wordt netjes in het juiste vak gelegd – vak F: roomskatholiek, vak 23 islam Javaans, achter de pagodepoort de Chinezen. Ieder z’n eigen getto op het kerkhof. Rust in vrede.

Ik rust hier nu ook even, op deze mooie lentedag. Ik eet pinda’s en drink sinaasappelsap uit een pakje, want ik leef nog en dat wil ik graag nog even zo houden. Want ondanks alle namen ziet het er zo anoniem uit, de honderden zerken met ‘hier rust’, met ‘voor altijd in ons hart’, met de dwang- en kreupelrijmpjes vol algemeenheden. Waarom al die clichés? Het ontbreekt hier op grote schaal aan pogingen om het onbegrepen fenomeen van de dood in woorden te vangen. We kiezen massaal voor dezelfde formulering, dan kunnen we er in ieder geval niet op betrapt worden dat we er nog minder van snappen dan de rest.

Heel ons leven streven we naar originaliteit, naar geluk, naar de erkenning van onze uniciteit als mens. We willen gezien worden, gekend, geliefd. We willen niet gezien worden als alledaags, gewoontjes, anoniem onderdeeltje van de massa. Maar dan gaan we dood. Dat is niet bijzonder origineel, dat doet iedereen. Hier rust breekt met het cliché dat we allemaal uniek zijn.

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>